Een veelgehoord antwoord op de vraag naar het inkomen van ondernemers is: “Ik ontvang niet alles wat ik verdien.” Zolang dat het geval is, ontstaan er doorgaans geen directe problemen. In de praktijk komt het echter regelmatig voor dat ondernemers meer middelen uit hun onderneming halen dan het formeel toegekende salaris.
Inkomsten van ondernemers en feitelijke opnames
Voor directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) van een eigen BV zijn aan dergelijke opnames aanzienlijke fiscale risico’s verbonden. Het komt vaak voor dat DGA’s meer opnemen uit hun BV dan het salaris dat zij zichzelf uitbetalen. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer er incidentele privé-uitgaven zijn, waarvoor tijdelijk onvoldoende privévermogen beschikbaar is. Soms zijn deze opnames echter structureel en vormen ze een aanvulling op het reguliere salaris. Dergelijke bedragen worden meestal als rekening-courant geboekt, waardoor het administratief lijkt te kloppen en de aandacht verslapt.
Vermogensscheiding en belastingverplichtingen
Het vermogen van de BV behoort niet tot het privévermogen van de DGA. Bij het overhevelen van vermogen van de BV naar privé moet er met de Belastingdienst worden afgerekend. Tijdens de aangifte vennootschap vraagt de Belastingdienst per aandeelhouder expliciet naar openstaande schulden aan de BV. Op basis van deze gegevens kan de Belastingdienst besluiten om een boekenonderzoek te starten naar de aard van de schuldpositie van de DGA.
Onderzoek door de Belastingdienst
Bij een dergelijk onderzoek stelt de Belastingdienst doorgaans twee kernvragen:
- Bestaat de intentie om de schuld af te lossen?
- Is er in privé daadwerkelijk voldoende terugbetalingscapaciteit?
Wanneer beide vragen ontkennend worden beantwoord, volgt direct een naheffing. Structurele opnames die fungeren als aanvulling op het salaris leiden tot een naheffing loonbelasting. Incidentele opnames worden gezien als dividenduitkeringen en resulteren in een dividendnaheffing. Daarnaast kan een verzuimboete van maximaal 5% van het nageheven bedrag worden opgelegd.
Indien men wel aangeeft te willen terugbetalen, maar daartoe niet in staat is, zijn de fiscale gevolgen identiek.
Wanneer op beide vragen bevestigend wordt geantwoord, kunnen naheffingsaanslagen mogelijk worden voorkomen, mits voldaan is aan voorwaarden zoals voldoende privévermogen ter dekking, het bestaan van een leningsovereenkomst en zakelijke condities.
Excessief lenen
Zelfs wanneer aan alle vereisten is voldaan, blijft het risico bestaan op een aanslag wegens excessief lenen. Wanneer een DGA meer dan € 500.000,- leent van zijn BV, dan legt de belastingdienst een aanslag op van 26,9% over het bedrag boven € 500.000,-.
Conclusie
Het opnemen van leningen bij de BV brengt aanzienlijke fiscale risico’s met zich mee. Voor verdere informatie of advies kunt u uiteraard contact met ons opnemen. Stuur een e-mail naar ron@fidesdiensten of bel 06 22 52 89 73.
Reactie plaatsen
Reacties